Works Council Wisdom

Works Council Wisdom

In het Maagdenhuis van de Universiteit van Amsterdam wordt momenteel geprotesteerd voor meer democratie binnen universiteiten. De studenten willen niet slechts ‘medezeggenschap’, maar ‘zeggenschap’. Zelf maak ik sinds april 2014 deel uit van de medezeggenschap van de Vrije Universiteit.

Begin 2014 vroeg een collega aan mij of de Ondernemingsraad niet iets voor mij was. Toen ik ruim negen jaar geleden aan mijn studie geschiedenis aan de VU begon, wist ik niet eens dat het bestond, laat staan dat ik wist wat het inhield. Sinds het begin van mijn promotietraject in 2011 heb ik collega’s – waaronder nota bene mijn eigen promotiebegeleider – de OR in zien komen en zien verlaten. Tijdens borrels met deze collega’s in het campuscafé de Basket passeerden allerlei onderwerpen de revue. Door mijn ‘daar weet ik niet genoeg van’-mentaliteit vond ik het lastig om iets bij te dragen aan de discussies over de lopende zaken in de OR: ik wist het niet. Maar ik wilde het wél weten.

Ik wilde niet zo’n promovenda zijn die blijft zitten in haar cocon – ook wel promotietraject genoemd – zonder oog te hebben voor de buitenwereld. Nu heb ik voor mijn onderzoek al veel landen mogen bezoeken: Brazilië, Engeland, Frankrijk, Schotland en het diepe Zuiden van de Verenigde Staten (zie vorige blogs). Maar het overschrijden van grenzen vergrootte mijn realiteitshorizon niet automatisch. Ik hield me bezig met dezelfde dingen als in Nederland – het bestuderen van historische documenten – terwijl ik met dezelfde ‘soort’ mensen – historici – sprak. Ik wilde daarentegen ook de andere kant van het universiteitsleven ervaren. Daarom besloot ik begin 2014 om me verkiesbaar te stellen voor de OR namens ProVU, de organisatie voor promovendi aan de VU. Samen met zes anderen werd ik verkozen: een winst van twee zetels ten opzichte van de vorige verkiezingen!

Tijdens mijn promotietraject houd ik me bezig met arbeidsgeschiedenis: gedwongen winkelnering. In de negentiende eeuw waren arbeiders verplicht hun inkopen te doen bij de winkel van de baas. Daarbij lagen de perspectieven van de werkgevers en de werknemers mijlenver uit elkaar. De werkgevers streden om hun zaak winstgevend te houden, terwijl werknemers zich bedrogen voelden. En dat is nu – hier op de VU – nog steeds het geval. Het leek me erg interessant om hier in de OR letterlijk in ‘levende’ lijve getuige van te zijn.

Mijn carrière in de OR begon vrij inhoudsloos met een professionele fotoshoot in de Hortus van de VU en ik voelde me geïntimideerd door de ingewikkelde materie die tijdens de eerste vergadering van de Commissie Financiële en Economische Zaken besproken werd. Het duurde even voordat ik (maar andere ‘nieuwe’ OR-leden ervaarden hetzelfde) alle dossiers goed kende, maar ik zit er nu helemaal in. Naast dat ik binnen de commissie Communicatie geregeld stukken schrijf voor in Ad Valvas over wat er in de OR besproken is, blijk ik ook wel degelijk een mening te hebben en wél wat te weten. Het nieuwe promotiereglement (zie interview hieronder), het instemmingsrecht op de universiteitsbegroting en het nieuwe instellingsplan zijn een greep uit de uiteenlopende onderwerpen waar ik me mee bezig heb gehouden het afgelopen jaar.

Meedenken en discussiëren gaat me steeds beter af. En mijn ‘weet-ik-niet’ mentaliteit blijkt een drang om – als een goed wetenschapper betaamt – eerst goed onderzoek bij mijn achterban doen voordat ik ‘zomaar’ iets roep.

Column OR

Een deel van deze blog is verschenen als column in Ad Valvas in september 2014.